Leerkracht en leerlingen in een klaslokaal

Het precieze bedrag van de schooltoeslag hangt af van:

  • het type onderwijs
  • de gezinssituatie
  • het gezinsinkomen

Toelagebedragen

Meestal krijg je de schooltoeslag in het begin van het schooljaar.
Het uiteindelijke onderwijstype hangt af van waarvoor je kind op het einde van het schooljaar ingeschreven is.
Het bedrag waarop je recht hebt, kan veranderen als je kind in de loop van het schooljaar van opleiding wisselt. Misschien moet je zelfs een deel terugbetalen.

Schooltoeslag (jaarbedrag schooljaar 2020 - 2021)   Minimumtoeslag Volledige toeslag Uitzonderlijke toeslag
   
Kleuteronderwijs     € 105,98  
         
Lager onderwijs   € 123,67 € 192,33 € 249,75
         
Secundair onderwijs        
Gehuwde/
zelfstandige/
alleenstaande leerlingen
  € 728,67 € 3340,64  
Leerlingen in 3de lj. van de 3de graad voltijds technisch of beroeps 
secundair

extern

€ 286,77

€ 1156,98

€ 1358,47

intern € 741,11 € 1902,03  
Alle anderen voltijds secundair onderwijs extern

€ 238,89

€ 964,05

€ 1131,94

intern € 617,60 € 1584,98  
Stelsel leren en werken   € 200,87 € 549,27 € 708,59
Verpleegkundigen in het hoger beroeps-
onderwijs
extern

€ 848,06

€ 1238,94

 
intern € 848,06 € 3720,75  
   
Hoger onderwijs € 51,10/jaar (bovenop de studietoelage, uitbetaald door het Vlaams Ministerie van Onderwijs)

 

We kijken éérst of iemand voltijds of deeltijds onderwijs volgt vóór we kijken naar gehuwd, zelfstandig of alleenstaand, of naar derde jaar - derde graad.

Type onderwijs

Afhankelijk van het type onderwijs gelden andere bedragen:

  • kleuteronderwijs
  • lager onderwijs
  • secundair onderwijs
    • voltijds secundair onderwijs
    • derde leerjaar van de derde graad voltijds TSO of BSO
    • stelsel leren en werken of duaal
  • HBO5 Verpleegkunde

Interne leerlingen

Voor veel leerlingen secundair ligt het toelagebedrag hoger voor een interne leerling. Dat zijn leerlingen die op internaat of op kot zitten voor minstens 149 dagen tijdens het schooljaar (ongeveer 5 maanden).

  • Internaatsgegevens ontvangen we van het Ministerie van Onderwijs.
  • Als een leerling op kot zit, moet die een huurcontract van minstens 5 maanden kunnen voorleggen.
  • Contacteer voor meer details je uitbetaler.
  • Een gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling telt altijd als ‘intern’.

Gezinssituatie

Er zijn vier mogelijke gezinssituaties of ‘statuten’ voor een leerling:

  • Statuut ‘Ten laste van’
  • Gehuwd statuut
  • Zelfstandig statuut
  • Alleenstaand statuut

Dat statuut bepaalt van wie we het inkomen nemen om te berekenen of de leerling recht heeft op de schooltoeslag.

Leerling 'ten laste'

De leerling woont bij iemand die verantwoordelijk is voor zijn opvoeding, meestal één of beide ouders. We gebruiken de inkomsten van die ouder(s) of opvoeder(s) voor de verdere berekening.
Dat kan dus het inkomen van één ouder én dat van een partner van die ouder zijn.

Gehuwde leerling

Je bent een 'gehuwde' leerling als je:

  • gehuwd bent;
  • wettelijk samenwonend bent;
  • feitelijk samenwoont met iemand met wie je gemeenschappelijke kinderen hebt;
  • feitelijk samenwoont met iemand van wie je de kinderen ten laste neemt of die jouw kinderen ten laste neemt;
  • over een verblijfsrecht in België beschikt en feitelijk samenwoont met iemand die de toelating heeft om in België te verblijven om een duurzame relatie voort te zetten of als jij die toelating hebt en feitelijk samenwoont met iemand die over een verblijfsrecht beschikt.

We gebruiken de inkomsten van jou en je partner voor de verdere berekening.

Zelfstandige leerling

Je bent een 'zelfstandige' leerling als je:

  • ontvoogd bent;
  • 16 jaar bent én niet meer officieel bij je ouders/werkelijke opvoeders woont;
  • zelf Groeipakket ontvangt voor een of meer kind(eren) of voor jezelf.

We gebruiken jouw eigen inkomsten voor de verdere berekening.

Alleenstaande leerling

Je ben een 'alleenstaande' leerling als je:

  • niet bij je ouder(s)/opvoeder(s) gedomicilieerd bent;
  • geen zelfstandige of gehuwde leerling bent.

We gebruiken jouw eigen inkomsten (voor zover je die hebt) voor de verdere berekening.

Twee kinderen houden een stapel boeken boven hun hoofd

Hoe berekenen we de toeslag?

Om de inkomstengrenzen te kennen, kijken we naar de gezinsgrootte in punten.
 

Ligt je gezinsinkomen:

  • Onder de minimumgrens?
    Dan krijg je de volledige toeslag.

     
  • Tussen de minimumgrens en de maximumgrens?
    Dan krijg je een deel van de volledige toeslag.

     
  • Boven de maximumgrens?
    Dan heb je geen recht op de schooltoeslag.

Berekening

Bedrag toeslag = volledige toeslag x [(maximumgrens - gezinsinkomen) / (maximumgrens - minimumgrens)]

Voorbeeld:
•    Het inkomen van je gezin bedraagt 30.000 euro
•    Je gezin heeft 3 punten
•    Je hebt een leerling in het lager onderwijs

Bedrag gedeeltelijke toeslag = 188,19 euro x [(47.089,41 euro − 30.000 euro) / (47.089,41 euro – 25.296,38 euro)] = 188,19 euro x (17.089,41 euro / 21.793,03 euro) = 147,57 euro

Ligt het resultaat lager dan de minimumtoeslag, dan krijg je de minimumtoeslag.

Een pleegkind dat al meer dan 12 maanden onafgebroken in hetzelfde pleeggezin verblijft op 31 augustus voor het betrokken schooljaar, moet niet voldoen aan de financiële voorwaarden en krijgt daarom altijd de volledige toeslag.

Uitzonderlijke toeslag

Je hebt recht op de uitzonderlijke toeslag als je gezinsinkomen lager dan of gelijk is aan een tiende van de maximuminkomensgrens én voor minstens 70 % bestaat uit:

  • Óf vervangingsinkomsten (werkloosheidsuitkering, ziekte-uitkering, brugpensioen)
  • Óf (equivalent) leefloon
  • Óf inkomensvervangende tegemoetkoming
  • Óf onderhoudsgeld

Sommige leerlingen kunnen nooit recht hebben op de uitzonderlijke toeslag:

  • interne leerlingen
  • gehuwde leerlingen
  • zelfstandige leerlingen
  • alleenstaande leerlingen