Het precieze bedrag van de schooltoeslag hangt af van:

  • het type onderwijs
  • de gezinssituatie
  • het gezinsinkomen

Toeslagbedragen

Meestal krijg je de schooltoeslag in het begin van het schooljaar.

Het bedrag van de toeslag kan wijzigen naargelang de opleiding. Een leerling die tijdens het schooljaar 2022-2023 of later van richting of niveau verandert, krijgt het hoogste bedrag van de gevolgde opleidingen. Je moet vanaf dat schooljaar dus geen deel van de toeslag meer terugbetalen als de nieuwe opleiding ook recht geeft op schooltoeslag. Voor eerdere schooljaren is een terugvordering nog wel mogelijk.

Schooltoeslag (jaarbedrag schooljaar 2022 - 2023)
    Minimumtoeslag Volledige toeslag Uitzonderlijke toeslag
Kleuteronderwijs     € 107,47  
Lager onderwijs   € 125,41 € 195,04 € 253,26
Secundair onderwijs        
Gehuwde/
zelfstandige/
alleenstaande leerlingen
  € 738,91 € 3387,57  
Leerlingen in 3de lj. van de 3de graad voltijds technisch of beroeps 
secundair

extern

€ 290,80

€ 1173,24

€ 1377,56

intern € 751,52 € 1928,75  
Alle anderen voltijds secundair onderwijs extern

€ 242,24

€ 977,60

€ 1147,84

intern € 626,27 € 1607,24  
Stelsel leren en werken   € 203,70 € 556,98 € 718,54
Verpleegkundigen in het hoger beroeps-
onderwijs
extern

€ 859,98

€ 1256,34

 
intern € 859,98 € 3773,03  
Hoger onderwijs € 51,82/jaar (bovenop de studietoelage, uitbetaald door het Vlaams Ministerie van Onderwijs)

 

We kijken éérst of iemand voltijds of deeltijds onderwijs volgt vóór we kijken naar gehuwd, zelfstandig of alleenstaand, of naar derde jaar - derde graad.

Type onderwijs

Afhankelijk van het type onderwijs gelden andere bedragen:

  • kleuteronderwijs
  • lager onderwijs
  • secundair onderwijs
    • voltijds secundair onderwijs
    • derde leerjaar van de derde graad voltijds TSO of BSO
    • stelsel leren en werken (deeltijds)
  • HBO5 Verpleegkunde

Interne leerlingen

Voor veel leerlingen secundair ligt het toeslagbedrag hoger voor een interne leerling. Dat zijn leerlingen die op internaat of op kot zitten, of in een MFC verblijven, voor minstens 149 dagen tijdens het schooljaar (ongeveer 5 maanden).

  • Verblijfsgegevens ontvangen we van het Ministerie van Onderwijs of van het VAPH.
  • Als een leerling op kot zit, moet die een huurcontract van minstens 5 maanden kunnen voorleggen.
  • Contacteer voor meer details je uitbetaler.
  • Een gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerling telt altijd als ‘intern’.

Gezinssituatie

Er zijn vier mogelijke gezinssituaties of ‘statuten’ voor een leerling:

  • Statuut ‘Ten laste van’
  • Gehuwd statuut
  • Zelfstandig statuut
  • Alleenstaand statuut

Dat statuut bepaalt van wie we het inkomen nemen om te berekenen of de leerling recht heeft op de schooltoeslag.

Leerling 'ten laste'

De leerling woont bij iemand die verantwoordelijk is voor zijn opvoeding, meestal één of beide ouders. We gebruiken de inkomsten van die ouder(s) of opvoeder(s) voor de verdere berekening.
Dat kan dus het inkomen van één ouder én dat van een partner van die ouder zijn.

Gehuwde leerling

Je bent een 'gehuwde' leerling als je:

  • gehuwd bent;
  • wettelijk samenwonend bent;
  • feitelijk samenwoont met iemand met wie je gemeenschappelijke kinderen hebt;
  • feitelijk samenwoont met iemand van wie je de kinderen ten laste neemt of die jouw kinderen ten laste neemt;
  • over een verblijfsrecht in België beschikt en feitelijk samenwoont met iemand die de toelating heeft om in België te verblijven om een duurzame relatie voort te zetten of als jij die toelating hebt en feitelijk samenwoont met iemand die over een verblijfsrecht beschikt.

We gebruiken de inkomsten van jou en je partner voor de verdere berekening.

Zelfstandige leerling

Je bent een 'zelfstandige' leerling als je:

  • ontvoogd bent;
  • 16 jaar bent én niet meer officieel bij je ouders/werkelijke opvoeders woont;
  • zelf Groeipakket ontvangt voor een of meer kind(eren) of voor jezelf.

We gebruiken jouw eigen inkomsten voor de verdere berekening.

Alleenstaande leerling

Je ben een 'alleenstaande' leerling als je:

  • niet bij je ouder(s)/opvoeder(s) gedomicilieerd bent;
  • geen zelfstandige of gehuwde leerling bent.

We gebruiken jouw eigen inkomsten (voor zover je die hebt) voor de verdere berekening.

Hoe berekenen we de toeslag?

Om de inkomensgrenzen te kennen, kijken we naar de gezinsgrootte in punten.
 

Ligt je gezinsinkomen:

  • Onder de minimumgrens?
    Dan krijg je de volledige toeslag.

     
  • Tussen de minimumgrens en de maximumgrens?
    Dan krijg je een deel van de volledige toeslag.

     
  • Boven de maximumgrens?
    Dan heb je geen recht op de schooltoeslag.

Berekening

Bedrag toeslag = volledige toeslag x [(maximumgrens - gezinsinkomen) / (maximumgrens - minimumgrens)]

Voorbeeld - op basis van gegevens 2022-2023:
•    Het inkomen van je gezin bedraagt
€ 30.000
•    Je gezin heeft 3 punten
•    Je hebt een leerling in het lager onderwijs

Bedrag gedeeltelijke toeslag = € 195,04 x [(€ 48.801,50 − € 30.000) / (€ 48.801,50 – € 26.216,11)] = € 195,04 x (€ 18.801,50 / € 22.585,39) = € 162,36

Ligt het resultaat lager dan de minimumtoeslag, dan krijg je de minimumtoeslag.

Een pleegkind dat al meer dan 12 maanden onafgebroken bij een pleeggezin verblijft op 31 augustus voor het betrokken schooljaar, moet niet voldoen aan de financiële voorwaarden en krijgt daarom altijd de volledige toeslag.

Uitzonderlijke toeslag

Je hebt recht op de uitzonderlijke toeslag als je gezinsinkomen lager dan of gelijk is aan een tiende van de maximuminkomensgrens én voor minstens 70 % bestaat uit:

  • óf vervangingsinkomsten (werkloosheidsuitkering, ziekte-uitkering, brugpensioen)
  • óf (equivalent) leefloon
  • óf inkomensvervangende tegemoetkoming
  • óf onderhoudsgeld

Sommige leerlingen kunnen nooit recht hebben op de uitzonderlijke toeslag:

  • interne leerlingen
  • gehuwde leerlingen
  • zelfstandige leerlingen
  • alleenstaande leerlingen